Wandeling met G.

The spam filter installed on this site is currently unavailable. Per site policy, we are unable to accept new submissions until that problem is resolved. Please try resubmitting the form in a couple of minutes.

We spraken af bij Sluis Nul. Zij en ik. Vorige week donderdag. Van tevoren had ze haar driewekelijkse afspraak bij Reinier van Arkel, instelling voor geestelijke gezondheidszorg. Laat ik haar G. noemen. Ze is begin dertig, woont in de Aawijk, kinderloos. G. denkt erg snel. Als een trein. Maar haar hoofd is geen stiltecoupé. Zij hoort vaak praten.

Die donderdag. Tien over half zes. Na een omhelzing steken we over naar Bastion Anthonie. De lucht is grijs, de wind vlagerig, het gras drassig. Dat deert haar niet. Zomder omwegen loopt ze op het Verzetsmonument af. “Daar sta je dan,” zegt ze, “waar je nooit eerder stond.” Dat klopt. Zestig jaar lang keken de mannen van brons over Zuidwal en Bossche Broek en zagen wat wij niet kunnen zien – maar wel vermoeden.

Al die jaren was hun blik onwrikbaar. Maar begin maart keken zij verwonderd op. Er waren werklieden. Er was een hijskraan. Even zweefden ze hemelwaarts. Een man riep ze nog na: “Alles komt goed.” Toen was het stil. De drie werden verzet, maar boden het niet. Is die inschikkelijkheid zorgelijk? Moeten wij na zestig jaar twijfelen aan de onverzettelijkheid van hun overtuiging? Nee. Zij leren ons nog elke dag dezelfde les: recht je rug, buig niet voor onrecht. Tegelijkertijd accepteren zij de levenswet die stelt dat alles voortdurend in verandering is – ook een stad.

“Laten we een klein rondje lopen”, zegt G. Da’s goed. Zo cirkelen wij – tegen de klok en alle tijd van de wereld in – rond het Verzetsmonument. Park, gras, bloemen: van madeliefje en zachte ooievaarsbek tot hondsdraf en pinksterbloem. Zelfs de stilte horen we groeien.

Op gedenksteenworp afstand zien wij het Joods Scholieren Monument. We lopen erheen. Staan stil, bij de herinnering aan de klaslokalen waar kinderen in koor hun jaartallen oefenden: 1830, 1914-1918, 1940 –– Hoor je dat ook? Enkele stemmen die wegvallen. Die nooit het jaartal 1945 zullen leren.

G. en ik zwijgen nog een tijd. Ik denk aan de taallessen van toen en nu. Hoe kinderen leren dat winnen een sterk werkwoord is, mits je kans, tijd en vrijheid krijgt om het zelf te vervoegen. We lopen verder. Stoppen bij een andere gedenksteen die tijdelijk is verhuisd. Wij lezen de tekst ‘Tour de France 30 juni 1996. Grand Depart à ’s-Hertogenbosch.’ Ik sluit mijn ogen. Zie honderden bezwete wielrenners. Doe ze weer open. Zie het oorlogsmonument. Van klein verzet naar groot verzet.

Op de vestingwal bij drie kanonnen liggen wat kokertjes van karton. Met het opschrift: ‘High Quality Joint’ en de waarschuwing ‘Rokers sterven jonger’. “Soldaten ook”, zegt G. “Overal en altijd.” Vlakbij haar ligt een geplette zuivelverpakking. Van Almhof. Degelijk Duits merk. De houdbaarheidsdatum van de milde roomyoghurt is verstreken. Maar die van de vrede nog niet. Die bepalen wij samen. In deze stad. In dit land. In Europa.

Op de Van Veldekekade komt een vrouw voorbij. Met kinderwagen. Ze stopt, rommelt in een mandje, haalt een witte knuffel tevoorschijn. Het kind kijkt naar het groeien van het gras. Een vogel vliegt op, zoals wij dat lang geleden met vogels hebben afgesproken. Ieder z’n taak. Even is alles in evenwicht.

G. en ik eindigen bij het Verzetsmonument. De cirkelgang is rond, maar nog niet klaar: lang geleden heeft G. mij geleerd dat alles een stem heeft. Steen, hout, glas. Ook ijzer, kransen, gras. “Luister zelf maar”, nodigt ze me uit. Ik lach vertwijfeld. “Doe nou maar”, dringt ze aan. Zachtjes druk ik mijn oor tegen de sokkel. Dan laat ik mijn aarzeling varen. Want een Verzetsmonument verlangt overgave: aan alle verhalen die hier elke dag vóór zonsondergang samenkomen.

Zo druk ik mijn oor stevig tegen steen. Doe m'n ogen dicht. Ik hoor de Bossche verhalen. Over oorlog, angst en moed. Over uitsluiting, verzet en vrijheid. Toen, later en nog veel later.

De ogen van G. wijken niet van me. “En?”, vraagt ze. “Ja”, zeg ik overtuigd. We glimlachen tegen elkaar. Lopen terug. Nemen afscheid. Ze is kalm. In haar ogen wapperen witte vlaggen. “Tot gauw”, zeg ik tegen de vrouw die stemmen hoort. Die weet dat steen, hout, glas. Zelfs ijzer, kransen, gras, dat alles een verhaal heeft.

Voor wie het horen wil.

________________

Tekst uitgesproken bij de dodenherdenking in Den Bosch op 4 mei 2013 | G. bestaat, maar haar beginletter is gefingeerd

 

Reacties

Eric,

Weer een, in alle opzichten, ontroerende tekst.
Vrijheid blijkt ook nu weer een groot goed te zijn.
Laten we zorgen dat het zo blijft en niet buigen voor onrecht.

Frank

Nieuwe reactie inzenden

Uw e-mailadres zal niet openbaar worden gemaakt.