Saturday Night Fever

Afgelopen zaterdag. Dodenconcert voor Jheronimus Bosch in de Sint-Jan. Het is 19.52 uur als oud-plebaan Antoine Bodar het kerkvolk tuchtigt. Hij hekelt de “zedeloosheid, ontucht, bandeloosheid, drankzucht, vraatzucht, bedrog, verkwisting, luiheid en dergelijke.” Niet misselijk. Is Den Bosch de zusterstad van Sodom en Gomorra? Tijd voor nachtelijk onderzoek.

03.05 uur. Even wennen, zo'n overstap: van Kyrie, partituur en zijbeuken naar Kir, party-uur en wij beuken. Bonk-bonk zeggen de bassen op de bomvolle Parade. Den Bosch lééft; het ‘Hart van Brabant’ kan zonder defibrillator. Feest is het ook bij ‘Cinq’ – de quasi-deftige cafénaam lijkt vooral op het alcoholpercentage van bier te slaan. Op straat is het eveneens bal. Zo’n 200 jongeren lachen, bellen, flirten, schreeuwen. Gemiddelde leeftijd: 17. Zeven agenten, van wie twee te paard, kijken toe. Vriendelijk. Maar waakzaam.

03.35 uur. Opgefokte gast. In z’n ogen lees ik een scheikundige formule. Woest: “Als ik tegen hem ‘zwarte’ roep, is dat geen discriminatie. Zo noem ik hem altijd!” Drie agenten vinden het tijdstip voor een integratiedebat minder geschikt. Taxi’s rijden af en aan. Twee meisjes met blote schouders kleumen op een bankje. Very new kids on the block willen een agent de hand schudden. Dat mag. Een dronken gast uit Rosmalen biedt voorbijgangers tien euro. Tegenprestatie? Z’n fiets vinden. Ergens in de stad.

03.48 uur. Een Marokkaanse jongen grist het mobieltje uit de handen van zijn bellende vriend. Want nu is hij even aan de beurt: “Anita! Waar was jij dan, kankerhoer?” Verderop staat een dikkige jongen. Gelaatskleur: Ossewit. Geestdriftig vertelt hij zijn maatje hoe hij een Amsterdammer een hoek heeft gegeven – de afrekening kwam van rechts. Even terzijde. Morgen, 11 november, is het de Dag van Respect in Nederland. Ja, er is ook een Respectstad 2010 aangewezen. Drie keer raden.

04.09 uur. Bezoekje aan de Karrenstraat. Het is kalm in het oorlogsgebied. Vermoedelijke oorzaak: het faillissement van De Drie Gezusters alias De Zes Tieten – ’t is waar, de Bossche volksmond kan vaker Odol gebruiken. Gezellig druk is het op de stoep van De Carrousel, waar zo’n honderd nachtvlinders rondfladderen. Een grapjas vraagt twee wijdbenige agenten of ze hun knuppel willen laten zien. Het Gezag toont Lach 6 uit de Cursus Deëscalatie.

04.26 uur. Op de Pensmarkt openbaren drie jongens hun medische gave. Van grote afstand diagnosticeren ze tyfus, pokken en tering. In de Verwersstraat gilt een knul tegen Chantal dat ze zo echt niet naar Schijndel kan fietsen. Een overzichtelijke nacht, concludeert een brigadier op de Parade. Zes à zeven aanhoudingen, schat hij. Vechtpartijtje hier, vernielde bloembak daar – business as usual. Nog even, dan sijpelt de stad leeg.

04.41 uur. Is Den Bosch drankzuchtiger, gewelddadiger en luidruchtiger dan in 1980, 1990 of 2000? Nee. Maar het is vaker feest. En-we-gaan-nog-niet-naar-huis. Een rekensommetje: 12.000 binnenstadsbewoners. Dat zijn 24.000 oordoppen. Wat ook helpt? Jezelf zachtjes in slaap zingen: ‘Misere mei, Deus’ oftewel ‘Heb erbarmen met mij, Heer’, wat eerder die avond vijfstemmig in de Sint-Jan klonk.

04.50 uur. De stad heeft wallen – onder haar ogen. Over de Markt fiets ik naar huis. Twee mensen staan in omhelzing op de waterput. Liefde wint. Ik glimlach. M’n voet slaapt. Nu de rest nog.