Rondrit met Riet

Tante Riet is 84. Maar haar geest heeft de scherpte van een Zwitsers zakmes. Zo eentje met een uitklapbaar schaartje. Handig, voor het knippen van d’r spaarpunten. Tante Riet heeft er al 18.000. Van de Douwe Egberts. Komende zomer gaat ze naar de cadeauwinkel. Voor een waterkoker en een theemuts. Nog ’n bèkske?

Op haar huiskamertafel in Hintham-Zuid liggen speelkaarten. Half elf ’s ochtends: het eerste potje jokeren zit er al op – de dagelijkse hersengymnastiek. Nodig? Ja. Zeker voor ome Joop. Ooit was zijn hoofd zo helder als een krat Spa Blauw. Maar z’n geheugen schilfert. Regelmatig is hij iets kwijt. In z’n hoofd. Of daarbuiten. Een stropdas, boek of pen. Gaan ze samen op zoek. Tante Riet wordt er soms moe van. Maar het is een goeierd, zegt ze. Vijftig jaar getrouwd: als je elkaar maar niet verliest.

Soms raakt ze zelf iets kwijt. Maar nooit haar pit. Die had ze vroeger al, bij de Gezinszorg. Kijk, in dit boekje heeft ze het opgeschreven: al d’r Bossche werkadressen van 1947 tot 1987. Plus korte bevindingen. Haar eerste gezin: Van Krevel aan de Smalle Haven. Geëmigreerd, meldt het boekje. Andere notities: ‘netjes, maar veel spinnewebben onder het bed’ [P.C. Hooftstraat], ‘ordinair, gaat tot drie uur ’s nachts dansen’ [Geertruikerkhof], ‘man kan z’n handen niet thuishouden’ [Muntel], ‘stakker’ [Sint Jacobshofje], ‘hele gezin gek’ [Rijnstraat], ‘aardige mensen, krijg dagelijks een glas sherry’ [Sweelinckplein], ‘ik was hier meer luizen dan wasgoed’ [Schaarhuisstraat] en ‘hebben het altijd over seks, word d’r niet goed van’ [Leliestraat]. Veel overspannen vrouwen, leert het notitieboekje. Vooral in de kraampakketjaren vijftig en zestig. Soms ging het na de bevalling toch nog mis. Een aantekening uit 1955: ‘Dood kindje lag dagen in een sigarenkistje’ [Orthen]. De levendigste herinneringen? Aan families in de Siep, de Pijp en de Bartjes. Rauw volk. Maar aardig. Nog ’n bèkske?

Vandaag is ome Joop thuis. Morgen gaat-ie naar Mariaoord. Een dag in de week. Voor vergeetachtige mensen. Komt-ie ook nog eens ergens. De auto hebben ze in 2008 verkocht. Te gevaarlijk. Wel zonde. Twintig jaar lang kachelden ze naar de Efteling. Minstens drie keer in de week. Allebei een seizoensabonnement. Brood en koffie mee. Lekker zitten. Mensen kijken. Volgende bankje. Nog meer mensen kijken. En op het einde van de dag een frietje op het Anton Pieckplein. Mooiste sprookje? De Fata Morgana.

Op tafel ligt het Brabants Dagblad. Maar hun leefwereld is kleiner dan een krantenwijkje. Maximale bereik: de Jumbo, Lidl en dochter Petra. Of ze de veranderende stad wil zien? Ja, glundert tante Riet. Vooruit, op pad. Met de rollator in de kofferbak. Eerste bestemming: De Groote Wielen. Rare huizen, mompelt ze. In het water! Kun je de godganse zomer muggenspul blijven smeren. De tocht slingert verder, langs Paleiskwartier, Haverleij en Willemspoort. Op de achterbank wordt het stil. Tijd voor nabeschouwing. Boven d’r appeltaart in de Verkadefabriek vat tante Riet het bondig samen: Den Bosch verandert te snel. Niet bij te benen. Al heb je de beste rollator.

Terug in Hintham. Aan de kaarttafel. Haar handen spelen met een harten tien. Even later bergt ze d’r gezinszorgboekje op: 40 jaar herinneringen aan lief, leed en groene zeep. Haar geheugen is nog intact. Maar ooit zal ze die ene aantekening uit 1950 vergeten zijn: ‘Krijg nooit koffie’ [Cederstraat]. Tot die tijd schenkt ze zichzelf erkenning. Gij ôk nog ’n bèkske? Mooi: 18.010 punten.

______________

noot EA: de werkadressen in deze kroniek stammen uit de periode 1947-1961 om het risico van identificatie tot vrijwel nul te reduceren.