Het meisje met de zachte g

Als je in deze zaal je oor tegen de vloer drukt, hoor je zware mannenstemmen, lachsalvo’s en gekletter van bestek. Echo’s uit de kazernejaren. Van 1939 tot 1992 was hier de kantine van de officieren gevestigd. Nu is het de stijlvolle theaterzaal van het Koning Willem I College in Den Bosch. Over een kwartier begint hun jaarlijkse podiumtalentenwedstrijd. Voor de dertien deelnemers geldt: eten of gegeten worden.

De zaal heeft honger. Ruim 200 ongeduldige studenten wachten op de kandidaten. Ze roezemoezen. Ze twitteren. Ze maken veel foto’s. Met hun mobieltje. Want in de 21ste eeuw geldt: ik besla gigabytes, dus ik besta.

In het donker duimen de artiesten. Als hun naam klinkt, beklimmen ze het podium. Ze zingen. Rappen. Spelen piano. Ze dansen. Of fluisteren in de microfoon: „I’m sexy and I know it.” De zaal kookt. Op rij 8 slijpt de jury de messen. Een rookmachine slaat eventjes op hol: de technicus in z’n rats, gekuch in plaats van kuch, vandaag geen bonen.

Lang geleden kletsten officieren hier boven hun dampende bord. Over hoe de vlag er in de wereld bij hing. Vaak halfstok, leerden Korea, Vietnam, Libanon en nog vijf dozijn bloedvlekken op de wereldkaart. Maar de Bossche legerplaats is opgedoekt, evenals drie van de vier kazernes in Vught. De oorlog? Die is verhuisd, naar andere pagina’s in de atlas. Want de oorlog wil graag alles van de wereld zien – gaat lukken.

Aanzienlijk vrediger is de talentenstrijd op het podium. Zelfs student Cihan, die zich als militair heeft verkleed, weet te ontwapenen. Hij zingt een Turkse smartlap, over een soldaat met liefdesverdriet. Spektakel is er ook. Hiphopper Narek – tandarts- assistent in opleiding – kijkt met borende ogen de zaal in en laat meisjesmonden openvallen. Docent Dries van Motorvoertuigentechniek, die hartstochtelijk Miss Saigon bezingt, stort zelfs op het podium neer – de accu leeg.

Even wat statistiek. Zo’n 65% van de optredenden heeft ouders die niet in Nederland zijn geboren. Die van Esli komen uit Ambon. Van Tanju: Turkije. Janneke: Duitsland. Richards ouders: Suriname. Narek: Armenië. Cécile: Frankrijk. En Jarno’s wieg stond in Colombia. Dat ging naar Den Bosch toe, want niet alleen Zoete Lieve Gerritje had recht op geluk.

Maryam, die straks ‘The A-Team’ van Birdy gaat zingen, weet er alles van. Ze is 17. Eerstejaars International Business Studies. Haar ouders ontmoetten elkaar in een Fries asielzoekerscentrum. Beiden waren de eeuwige oorlog in Somalië ontvlucht. Hij was 23, zij 19. Liefde op het eerste gezicht. „Ik ben de enige Brabander thuis”, lacht Maryam. Want haar oudere zus is in Leeuwarden geboren.

Maryam viert carnaval, werkt op zaterdag in een kaaswinkel, heeft grappige klompenpantoffels. Haar huid: donker. Soms krijgt ze nare opmerkingen. Over allochtonen. „Toch gek”, zegt ze met zachte g. Want hoe je ‘Zoete Lieve Gerritje’ in het Somalisch moet zingen? Geen flauw idee. Thuis keek Maryam drie keer naar het EK. Op de bank, in het oranje. Velen zien haar echter niet als Nederlander. Dat is ze wel. Rode lippen, witte tanden, blauwe zomerlucht.

Ze is ook moslima. Geen alcohol, noch sigaretten. Liever zingt ze. Als kind heeft ze veel geoefend. Thuis, op het computerkamertje: karaoke met galm. Nog vijf minuten. Dan moet ze op.

Haar vader is manager bij de Sligro, haar moeder werkt bij MBI Beton. „Schop het verder dan wij”, benadrukken ze. Dat gaat Maryam doen. Maar eerst dat podium op. In het volle licht ‘The A-Team’ zingen. De toonsoort is D. Mineur? Nee, majeur. De D van doorzettingsvermogen.

________________

publicatie in Brabants Dagblad: 20 juni 2012