Raar piepje

The spam filter installed on this site is currently unavailable. Per site policy, we are unable to accept new submissions until that problem is resolved. Please try resubmitting the form in a couple of minutes.

Indertijd zag ik ze al bij m'n eerste concertbezoek hangen. Boven de zaaldeur, aan het plafond: zeven Rhinolophidae. Oftewel: hoefijzervleermuizen. Ze waren klaarwakker en droegen feesthoedjes. Niet zo vreemd. Want op die zeventiende oktober 1987 – een kwart eeuw geleden – opende de Willem II Concertzaal haar deuren. Nou ja, openen: een ienie-mienie-kiertje. Want te veel daglicht zou onherstelbaar kunnen schaden: hoefijzervleermuizen staan op de Rode Lijst van bedreigde soorten. Net zoals Bosschenaren die van muziek houden waarop je niet kunt hossen.

Het is gissen welke feestklanken deze week over de Boschdijkstraat zullen waaien. Verzoekplaatje: ‘Have a cigar’ van Pink Floyd en andere bolknakmuziek. Want het poppodium dankt zijn monumentale pand aan Eugène Goulmy, de sigarenfabrikant die Den Bosch paf liet staan. Vanwege zijn zestien kinderen? Nee. Er waren wel meer Bossche mannen die ver vóór Clinton aandrift kregen bij de geur van een te wilde Havana. Wat in 1898 vooral opzien baarde, was de nieuwe fabriek. De zachtmoedige Goulmy vond dat zijn 400 werklieden recht hadden op bedrijfshallen vol lucht en licht.

Gelukkig trad met de komst van de Willem II Concertzaal een klimaatverandering in. Warmer, vochtiger, schemeriger. Zo werd de fabriek de gedroomde plek van elke muziekliefhebber: ware rock ’n roll verdraagt geen hospitality concept, luchtbehandelingskast of fris duizenddingendoekje.

Had Den Bosch zich muzikaal te bewijzen? Ontegenzeggelijk. Lange tijd was het douchehokje van de Brabanthallen de enige locatie van betekenis voor popliefhebbers. Na het concert van The Rolling Stones op 26 maart 1966 zou Mick Jagger zich in dat hokje opgefrist hebben. Zou. Nog jaren bleven we staren naar een harig afvoerputje. Ook de lokale helden van The Shuffles, Ferrari en The Cedar Stars wisten van Den Bosch geen Dutch City of Sound te maken. Eens een B-kantje, altijd een B-kantje.

Nee, dit is geen stad van 33, 45 of 78 toeren. Eén omwenteling per minuut – zowel fysiek als mentaal – maakt de doorsnee-Bosschenaar al duizelig. Toch heeft de Willem II de vaart erin gekregen. Met concerten van John Hiatt, Green Day en Doe Maar. Met legendarische optredens van dEUS, Porcupine Tree en Krezip. Voor de statistici: de Willem II verzamelde in die kwart eeuw 6143 sigarenbandjes. Een unieke collectie. Want als je naar de bandjes van Hofnar, Karel I of Ritmeester luistert, blijft het doodstil. Alleen die van de Willem II maken geluid.

Tijd voor unplugged memories. Zo herinner ik me enkele concerten met de kracht van gootsteenontstopper. Ze bestaan: bandjes die moeiteloos gefossileerd oorsmeer weten te perforeren. Maar vaker klonk er betovering. Muziek die vrolijk maakt, troost biedt of stilletjes de liefde aanwakkert – van kersenrodemondjesmaat tot ga-je-mee-blik als toegift.

Zelf trad ik er eenmaal op. Als zanger. Van de Roloos, een new wavebandje dat asgrijze muziek maakte, maar de levenslust niet echt overtuigend wist te onderdrukken. De datum: 17 december 1987, in het voorprogramma van The Plastic Dolls. Tijdens ons laatste nummer goot ik een pak AH Vanillevla over mijn hoofd – geen flauw idee waarom. Microfoon: geel. De hihats van drummer Herbert: geel. De drie groupies vooraan die we – met korting – via Randstad hadden geronseld: geel. Aanvankelijk zag mijn psychiater sterke aanknopingspunten in ‘Mellow Yellow’ van Donovan. Maar na lange gesprekken steunt hij mijn vermoeden dat ik eigenlijk het zonnetje in huis ben.

Niks te mauwen? Tuurlijk wel: je hoeft je Bossche afkomst niet te verloochenen. Wat mij dwarszit, is de veranderde naam: W2. Te vlot, te vluchtig. Bij W2 denk ik telkens dat de O van het toetsenbord haperde. Ongewild zie ik WO2 staan. Maar dat kan ook liggen aan het afficheren van loopgravenbandjes als Napalm Death, Morbid Angel en Wargasm.

Een gunstige verandering in die 25 jaar is dat piepje. In m'n beide oren. Anno 2012 is het vele malen sterker dan in 1987. De zelfdiagnose: ik vermoed dat mijn gehoorbereik in die kwart eeuw sigarenfabriekmuziek is opgerekt van 20.000 naar 100.000 hertz. Wat ik voortaan helder kan horen, is het hoge piepje van die Rhinolophidae. Want ze hangen er nog altijd. Boven de zaaldeur van de W2. Grijnzende hoefijzervleermuizen, de bezorgers van geluk en nachtelijke muziek. _________________________________________

Publicatie in Brabants Dagblad + voordracht in W2: 17 oktober 2012 

Reacties

Nieuwe reactie inzenden

Uw e-mailadres zal niet openbaar worden gemaakt.