Plattegrond van het hart

Zaterdag, op de Parade. Achter het roodwitte afzetlint staat een zeecontainer. Binnen klinken stemmen. Somaliërs, Syriërs, Libiërs? Want velen willen delen in de droom die Den Bosch heet.

De deur van de container blijkt open. Binnen staan Willem en Stephan. Ze overleggen boven een grote plattegrond van Theaterfestival Boulevard. Mannen met voorstellingsvermogen. Stephan is Hoofd Productie, Willem zijn maatje. Vergunningen, elektra, water, transport, security: hun ploeg, zes mannen en vier vrouwen, regelt het.

Buiten ronken twee vrachtwagens plus oplegger. Ze draaien en keren behendig. Repetitie van een choreografie voor DAF-trucks? Nee, tentenbouwers uit Nijmegen, Son en Vinkeveen. In zes dagen tijd veranderen zij het lege plein in een enclave van zijn en schijn: theater, muziek, dans, ontmoeting op 5.000 m2. Vanaf de Sint-Jan kijkt de engel-met-gsm al nieuwsgierig toe. Hij krijgt tien dagen lang extra beltegoed.

Ooit zat Stephan op de HTS. Maar van boeken kreeg hij kortsluiting in zijn hoofd. Sinds 2001 is hij eindverantwoordelijk voor de productie van de Boulevard. Een flinke klus: de 31e editie speelt zich op 19 locaties af, van het Jeroen Bosch College en voormalige mengvoederfabriek De Heus tot aan de Paleisbrug en de heide in Nuland. Festivalhart is en blijft de Parade. Stephans boodschappenlijstje voor het plein: 19 tenten en bouwsels, 3,8 kilometer kabel, 29 brandblussers, 20 toiletten, 10 zeecontainers, vier kantoorunits en veel dorstig weer. Elke editie schenkt de Boulevard circa 30.000 liter bier, 4.000 flessen wijn en 2½ fles Rivella. Vandaag volstaat een ketel koffie. Om 07.00 uur gezet. Het is nu 15.00 uur. Maar dat kan de tentenbouwers niet bommen. Het is bruin en vloeibaar. Kunst is afzien.

Een voorbijganger-met-hondje stopt. Hij kijkt naar de feestverlichting tussen de takken, die met beschermende jute zijn omwikkeld. Tot twee jaar geleden banjerde de hele dag een bomenwacht over de Boulevard. In opdracht van de gemeente koesterde hij de 126 kastanjes. Elke punaise was uit den boze. De bomenwacht is exit. Maar de struikrovers bleven. In vijftien jaar tijd beleefde Stephan driemaal diefstal van laptops en beamers. Voortaan bieden extra bewaking en bewegingsmelders uitkomst. Maar verder? Nooit trammelant. Cultuur ontwapent. In 2007 liep een miertje tegen de stroom in. Dat was het meest ernstige incident.

Wel is het festival sterk gegroeid. In 1985 begon de Boulevard als vijfdaags nederzettinkje van theaternomaden met een Danspaleis en Bogententje. Iedereen was de baas, zelfs de biervliegjes hadden inspraak. Nu is de organisatie strak en helder. Dat geldt ook voor het risicomanagement, zegt Stephan. Vroeger was zijn ‘rampenplan’ een half A4’tje. Met een telefoonnummer erop: 112. Tegenwoordig telt zijn calamiteitenplan 17 pagina’s, met een ‘slachtofferverzamelplaats’, vóór het Theater aan de Parade, en scenario’s voor extreem weer, brand en ander leed.

Zo laat de Boulevard de twee gezichten van de samenleving zien. Enerzijds willen we de zekerheid van wetten, regels en protocollen. Anderzijds applaudisseren we bij voorstellingen die tonen dat niet ons verstand, maar onze driften, mazzel en pech de dienst uitmaken. Al eeuwen.

Eén troost: Stephan weet dat. Op zijn plattegrond staat niet alleen een perscontainer die dagelijks zo’n 800 kilo afval uit 35 kliko’s verwerkt. Er is ook een bak voor broken dreams. Een flinke. Omdat we mensen zijn.

__________________

Publicatie in Brabants Dagblad: 5 augustus 2015