Gunung Rinjani

The spam filter installed on this site is currently unavailable. Per site policy, we are unable to accept new submissions until that problem is resolved. Please try resubmitting the form in a couple of minutes.

Wat verderop liggen de Java-, Sumatra- en Borneostraat. Maar in verzorgingshuis De Grevelingen – naast de Lambooybrug – waan je je veel sterker in het land van kretek, pisang en goena-goena. Op de tafels staat zelfgemaakte spekkoek. Pak nog maar een plakje, zegt een vriendelijke Indische dame. Ze ruikt naar hibiscus.

Het is druk in haar verzorgingshuis, waar veel mensen van Indische komaf wonen. Vandaag herdenken ze alle slachtoffers van de Japanse bezetting en de Bersiap in Nederlands-Indië in de periode 1942-1949. Maar de sfeer is allerminst bedrukt. Eerder rame rame. Gezellig, op z’n Indonesisch.

Buiten staat het monument. Bij de witte gedenksteen, in de vorm van een katapult, hebben zich zo’n 250 à 300 mensen verenigd. Ouderen, jongeren, het HONI-koor, een koperensemble en stoere leden van motorclub Pengendara. Tegen half drie stromen regen, woorden en eerste tranen. Tot de sprekers behoren burgemeester Rombouts, dominee Van Helden, twee jongeren en leden van de Indische gemeenschap. Het jaarthema is ‘Mijn verhaal’. Ook ik mag wat zeggen. De verkorte versie van die tekst:

Gunung Rinjani

Het is half zes in de ochtend. Kort daarvoor heeft de oproep tot gebed over de velden geklonken. Nu is het muisstil. Ik kan de rijst horen groeien.

Even later kraait een haan. Want waar ter wereld je ook bent: alles doet wat het moet doen. Een steen oefent in onbeweeglijkheid, de rivier zoekt de zee, het ongezegde volhardt in ongezegdheid. Alles heeft een opdracht.

Orri, de leider van onze kleine expeditie, klimt in de jeep met open laadbak. Wij, zes Bosschenaren, volgen hem. Tussen onze benen liggen tentjes, slaapzakken, manden met proviand. Boven Lombok klimt de zon. Zij maakt kabaal – een gamelan van stralen.

We vertrekken uit het dorp Tetebatu. Aan de horizon staat een boom in de vorm van een vraagteken. Ik weet niet waar wij gaan. Niemand weet dat. Onwetendheid is het kompas van de wereld.

Na drie kwartier bereiken we een kampement aan de voet van de vulkaan. Hij slaapt, zegt de gids en wijst in de lucht. Daar ligt-ie, de Gunung Rinjani, 3.726 meter hoog. Ruim elf uur lang klimmen we langs een modderpad, met af en toe wat boomwortels om vast te grijpen. Muggen, bloedzuigers en vlinders heten ons gastvrij welkom. Na vijf uur sjouwen glijdt een drager uit. Langs zijn handen druipt struif. Wij zien 36 kapotte eieren. Alles van waarde is breekbaar, leerde de oorlog al.

Op 2.300 meter hoogte zetten wij onze tentjes op. Die nacht kijk ik bij een kampvuur naar de sterren boven Indonesië. Het zijn miljoenen jaren oude ooggetuigen. Alle verschrikkingen van de oorlog hebben zij gezien. Soms valt er nog eentje, uit troost: wie indertijd zijn hoofd moest buigen, mag alsnog een wens doen.

Die nacht lig ik op een dun matje. Het is ijskoud, zo’n vijf graden. Maar ik warm me aan de slapende vulkaan. Ik druk mijn oor tegen de grond en hoor woorden. In de Gunung Rinjani zitten honderdduizenden verhalen, over liefde, troost en tegenslag. Eventjes lijkt de vulkaan te ontwaken. Dan dut ze verder.

Twee dagen later beginnen we aan de glibberige afdaling. De Gunung Rinjani beweegt niet, slaapt diep. Tijdens de terugtocht denk ik: wat kan hem wakker maken? De roep van de tokeh? De schaduw van een wajangpop? Een lied uit de kampong?

Ik denk dat de Gunung Rinjani wakker wordt van mensen die oor voor verhalen hebben.

Wij zijn slapende vulkanen. Maar wij slapen licht.

_____________

Publicatie in Brabants Dagblad 19 augustus 2015. 

Reacties

Nieuwe reactie inzenden

Uw e-mailadres zal niet openbaar worden gemaakt.