Keilbout

The spam filter installed on this site is currently unavailable. Per site policy, we are unable to accept new submissions until that problem is resolved. Please try resubmitting the form in a couple of minutes.

Ad was een man met aanleg voor onopvallenheid. Zijn kalme leven viel samen met vijf trefwoorden: moestuin, kleinkinderen, fanfare, Efteling-seizoenskaart, half slaaptabletje. Achtenzestig was ie. Oud-werknemer van de Heineken. Nu zat hij thuis. Hij woonde met zijn vrouw op de Kruiskamp. Zij sinds zes jaar in een urn op het dressoir, hij eromheen.

Zijn humeur was altijd waterpas, hinderlijke ambities had hij niet. Maar zijn ogen gaf hij de kost. Ad volgde de wereld – of zorgvuldiger geformuleerd: hij probeerde de wereld te volgen. Elke ochtend las hij het Brabants Dagblad. De verhalen over de noodopvang en het beoogde AZC verwarden hem. Eeuwenlang had Den Bosch vluchtelingen opgevangen. Franse Hugenoten in de zeventiende eeuw; onder wie de familie Papavoine. Vlamingen in de Eerste Wereldoorlog, zoals de toentertijd twaalfjarige Jos Wijnant. De jongen zou zich zo thuis gaan voelen in Den Bosch dat hij in die stad pas na 108 levensjaren en 91 dagen zijn laatste adem uitblies.

Lustrum

Na de Tweede Wereldoorlog waren vluchtelingen elkaar de coördinaten van het geluk blijven toespelen: 51° 41′ NB, 5° 18′ OL. Zo lukte het niet alleen de Hongaarse familie Orban om Den Bosch te bereiken, maar ook Xinh Dao uit Vietnam, Zade Prizren uit Kosovo en Wali Alizadah uit Afghanistan. Klaarblijkelijk was Den Bosch erg goed bewegwijzerd in de wereld. Ad snapte dat wel. Het was een fijne stad.

Al viermaal had Den Bosch de titel Meest Gastvrije Stad van Nederland veroverd. Weliswaar was dat een bedenksel van een horeca-adviesbureau – maar toch. Op naar de vijfde bokaal? Mwah. Een lustrum zou nog meer internationale aandacht kunnen trekken, dacht Ad ietwat benauwd.

Hij had vaker een beklemming op de borst. Psychosomatisch, zei de huisarts. Maar dat stelde Ad niet gerust. Ook kampte hij met hardnekkige melancholie. In zijn stad had hij al veel zien verdwijnen: kerken, fabrieken, het vakbondslokaal, De Pijp, Janus Kiep en de vanzelfsprekendheid van burenhulp. Dat kon hem wiebelig maken. Soms droomde Ad over keilbouten, vooral op dagen dat hij sterk naar vastigheid verlangde.

Volkspartij

Volgens zijn zus Carla had het land een sterke leider nodig. Vanochtend had ze Ad nog gebeld – een dagelijkse ritueel. Of hij al van die weggeefactie had gehoord. Van de Bossche Volkspartij, haar partij. Elke stemgerechtigde in de gemeente Den Bosch zou een cadeautje thuisbezorgd krijgen. Wat? Dat bleef nogal vaag. Maar het geschenk heette Referendum De Luxe 2016. Veelbelovende naam. Carla vermoedde dat het een krultang was. Wel handig. Van de Bossche Volkspartij gingen je haren soms rechtovereind staan.

Na de dood van zijn vrouw had Ad zich aarzelend in de wereld van de Facebook en Twitter begeven. Even had hij overwogen om de stokebrandjes van AZC Alert Den Bosch op social media te volgen. Maar in hun berichtjes zag hij spelfouten waaraan zelfs asielzoekers zich na drie taallessen niet meer bezondigden. Ad vroeg zich af of tegenstanders van AZC’s vaker dyslectisch waren dan voorstanders. Was dat wetenschappelijk onderzocht? Of associeerden tegenstanders de term ’t kofschip enkel met de Hiswa?

Ad wist het niet – steeds minder, eigenlijk. Want alles leek te veranderen. Zelfs Sinterklaas was niet langer hetzelfde. Met zijn kleinkinderen had hij de intocht in Den Bosch bezocht. Bij de baard van de goedheiligman had Ad ongewild aan radicalisering gedacht. Dat deed hem verdriet. De onschuld van 5 december was verdwenen, voelde hij. Zijn bezoek aan Bart Smit was uiteindelijk de genadelsag voor zijn Sinterklaasverlangen geweest. Afgelopen koopavond had hij voor zijn oudste kleinzoon twintig minuten in de rij bij de kassa gestaan. Vergeefs: "Sorry", had het speelgoedmeisje gezegd. "Maar themadoos Fort Europa van PlayMobil is helemaal uitverkocht. Al dagen." Losse douaniertjes had ze nog wel. In de actiebak. Drie halen, twee betalen.

Gelukszoeker

Toch is Ad de afgelopen week wijzer en milder geworden.

Vanmiddag, tegen vieren: Ad kijkt uit het raam. Hij ziet een man het pad van zijn voortuin op lopen. Tring! De bel. Of Ad loten voor VluchtelingenWerk wil kopen, vraagt de man. Hij komt uit Syrië, is in 2014 in Nederland terechtgekomen. Ad aarzelt.

“Bent u een gelukszoeker?” vraagt hij wat stekelig.

“Ja,” zegt Ahmed. “Ik ben een mens. Dus ben ik een gelukszoeker. Net als u. Oorlog of vrede: ik ken niemand die het ongeluk hoopt te vinden. Al miljoenen jaren zoeken mensen naar geluk.”

“Da's waar”, erkent Ad. “Maar ik zoek me steeds vaker een ongeluk. Altijd alles kwijt. Sleutels, namen van oude klasgenoten. Vooral zorgeloosheid.”

“Bent u ook uw geloof verloren?”, vraagt Ahmed.

“Ja”, geeft Ad met moeite toe.

“Ik niet”, glimlacht de Syriër.

Ad voelt een rare steek van jaloezie. Hij staat tegenover een man die nog ergens in gelooft.

“Maar u viert toch wel Kerstmis?”, vraagt Ahmed.

“Nou, Kerstmis,” aarzelt Ad, “laat dat ‘i-s’ er maar vanaf. Voorlopig houd ik het op Kerstm. Het zekere voor het onzekere.”

“U moet niet buigen voor angst,” schudt de Syrische man zijn hoofd. “Angst zoekt altijd naar verwezenlijking. Zij wil gelijk krijgen. Trap er niet in.”

“Dat probeer ik, maar het valt niet mee”, mompelt Ad mismoedig.

Hij heft zijn handen: “Wat is er nog vertrouwd in Nederland? Zelfs het postkantoor is verdwenen.”

“Bij ons ook”, zegt Ahmed.

“En de bakker op de hoek is weg”, klaagt Ad.

“Bij ons ook al”, zucht de Syriër. "Niet alleen de bakker. De hele hoek.”

“Mijn oude geschiedenisboekjes van school kun je herschrijven”, bromt Ad.

“De mijne zéker”, zegt de lotenverkoper met een kreukellach.

“Je hebt in Nederland ook steeds minder zelf in de hand”, sombert Ad.

“In Syrië al jaren”, knikt de bezoeker.

Ad recht z’n rug. “Doe maar drie loten”, zegt hij. “Wie niet waagt, wie niet wint.”

“U had vluchteling kunnen worden,” grapt de Syriër.

De Bosschenaar zoekt woorden, vindt ze, spreekt ze langzaam uit:

“Ik herken mijn land steeds minder.”

“High five”, zegt Ahmed bedrukt.

Er valt een stilte.

“Ik ben bang”, flapt Ad er opeens uit.

“Ik ook”, bekent de Syriër.

Ze kijken elkaar zwijgend aan.

Twee mannen, hetzelfde schuitje.

Ze lijken meer op elkaar dan ze wisten.

 

_____________________________

Publicatie Brabants Dagblad [verkorte versie]: 25 november 2015. Deze langere versie is uitgesproken op de Stadsgesprekavond over vluchtelingen in Bibliotheek Den Bosch op 24 november 2015.

 

Reacties

erg goed en ook nog leuk! ik wou dat er heeeel veel van deze stukjes opdoken! dank je wel.
ik hoop dat dolf janssen er met oud jaar ook van dit soort verhalen tussen gooit!

Wat een juweel.

prachtig verhaal Eric.
geef een seintje wanneer je ze weer bundelt!
groeten Kees

Prachtig, Eric.

Prachtig geschreven en precies de essentie.

Wat mooi geschreven , prachtig , dankjewel.

Heel mooi geschreven, we zijn alemaal vreemden in een vreemd land en je weet maar nooit waneer je zelf moet vluchten!

Uit t hart gegrepen. De onderbuik een antwoord geven met humor en historie.
Gr uit SriLanka

ontroerend mooi, eric.

Mooi geschreven en in wereldsperspectief gezet. Vluchtelingen van de gehele geschiedenis. Mens is altijd op trektocht. Sommige tijden meer en sommige tijden minder. Soms ver weg maar altijd om de hoek.

Mooi Eric! Verzachting i.p.v. verharding, daar hoop ik op...

Mooi Erik, dank!
Jouw man in Theran

Geschiedenis , maar iedere keer BETER,
is Beter voor iedereen
Dank Allen

mooie dialoog

Mooi. Nog een keer voorlezen in het programma D'n Bossche Mèrt van Nol Roos op TV73

Erg goed Eric met een prachtige slot dialoog.
Laten we hopen dat het helpt.

Groeten
Gert

Nieuwe reactie inzenden

Uw e-mailadres zal niet openbaar worden gemaakt.