Lijm

The spam filter installed on this site is currently unavailable. Per site policy, we are unable to accept new submissions until that problem is resolved. Please try resubmitting the form in a couple of minutes.

Negen kinderen hadden ze. Eigenlijk tien. Ook een engeltjesgraf telt mee. In 1950 verhuisden ze van de Hofstad naar Deuteren. De nieuwe wijk rook naar wederopbouw: groei en groene zeep. Bij het sigarettenwinkeltje verkochten ze Golden Fiction. Maar het goud was een feit: Nederland klom uit een diep dal.

De familie Van Berlo streek als eerste in de Hoekkampstraat neer. Gerard was nog een kleuter. Op de derde dag kwam een nieuw zusje uit een verhuisdoos: Nettie was welkom.

Inmiddels is Gerard gepensioneerd. Deuteren heeft hij nooit verlaten. Met zijn vrouw Cor-van-de-Oeterselaan woont hij aan de Baksvelstraat. Hij is de oudstgediende van de volkswijk. Zijn levensverhaal? Een hele kluif: 47 jaar lang zat hij op de bottenwagen. Voor Gelatine Delft. Beenderen ophalen bij slagers en slachthuizen in Den Bosch en omstreken. Elke dag zo’n zeven ton. Gerard heeft circa 72 miljoen kilo botten gesjouwd. Zelf houdt hij van een runderriblapje.

Mooi vak, zegt Gerard. Als knekelrijder verdiende hij een aardige cent bij. Onder zijn Daf Torpedo-vrachtwagen hing een aparte mand. Voor vet. Dat verkocht hij aan een kennis op de darmenslachterij. Scharrelvlees avant la lettre. Andere bron van inkomsten: maden voor vissers. Onderweg trilden ze los van de botten. Via gaatjes in de laadvloer belandden ze in een bak. Gouden vondst. Made in Den Bosch. De grootste bijverdienste? Duizenden kilo’s beenderen verschrijven. Zo kon op de bon staan dat Gerard en zijn kompaan vijfhonderd kilo hadden opgehaald, terwijl het er in werkelijkheid zeshonderd waren. Het verschil? Dat vond zijn weg in de wereld van gelatine, beendermeel en lijm. Motto: niet alleen een slager fleurt op van een onsje meer.

Na de zeven vette jaren volgden geen zeven magere jaren. Tegels met oud-testamentische wijsheden lijken op Deuteren sowieso minder geldig te zijn. Gerard bleef een goede boterham verdienen, mede dankzij vindingrijkheid. Al die jaren bleef slager Jordens aan de Hinthamerstraat zijn lekkerbekstek. Achter de beenhouwerij pruttelde een vat vol uiers. Stukje eraf snijden, zout strooien, papillenparty.

Hij vertelt zijn verhaal in zijn huiskamer met zicht op de Oeterselaan. Nog altijd houdt hij van zijn buurt, maar de liefde is een tikje magerder geworden. Veel is verdwenen: de cafetaria van Sientje van Dartel, de buurtwinkels, de Dominicus Savio-school. Andere zwoerdrandjes die Deuteren is kwijtgeraakt: de voetbalvelden en de Koning Willem I Kazerne, waar Gerard met vriendjes heimelijk de stormbaan beproefde. Hun vijand was de verveling. Daar wonnen ze van. Elke dag.

Achtenzestig is ie nu. Zijn tijdverdrijf? Fietsen, da’s goed voor de botten. Ook zorgt hij zo'n tien uur per week voor kleindochter Khloë. Als hij maar bezig is; zitvlees heeft Gerard niet. Bij dagenlange regen helpt het hem om naar de 23 Buddha’s in huis te kijken. Die hebben ze de laatste vijf jaar gekocht. Cor en hij weten niet precies waarom. Maar ze worden er rustig van.

In de gang liggen vijf huissleutels van omwonenden. Links en rechts doet Gerard regelmatig klusjes: reparaties, planten water geven, de brievenbus bijhouden. Straks gaat hij naar mevrouw Post. Ze woont in hetzelfde blok. Na een valpartij kan ze nog amper bewegen. Overdag gaat Gerard af en toe bij haar kijken. Wat kletsen, boodschappen doen. ’s Avonds maakt hij alvast boterhammen met oude kaas. Die stopt hij in een builtje. Da’s haar ontbijt.

Gerard heeft veel beenderen gesjouwd. Duizenden kilo’s lijm is ervan gemaakt. Nu is hij het zelf geworden. Een man van lijm, die zijn buurtje bindt in losse tijden.

____________________________

Publicatie in Brabants Dagblad: 6 april 2016

Reacties

Nieuwe reactie inzenden

Uw e-mailadres zal niet openbaar worden gemaakt.