Gratis kunst [deel 1]

Er is een ambtenaar in Den Bosch die de afgelopen week in werktijd poëzie tikte. Enkele woorden: geketende hartstocht, hinkelend meisje, regenboog. Maar ook: woeste stilte, hartenkreet, wuivend riet. Heeft een lentebollige medewerker op het Stadskantoor een zelfgeknutseld liefdesgedicht aan een collega gemaild? Voor zover bekend niet – al is niets uitsluiten zowel de beste grondhouding als overlevingsstrategie in Den Bosch. Nee, de lyrische woorden zijn titels van kunstwerken. Ze staan in een kersverse ambtelijke lijst van 183 kunstobjecten in de openbare ruimte. Een leerzame lijst, ook vanwege de taalkundige dwalingen ‘musiserende vrouw’, ‘beeldhouder’ en ‘Lombartje’.

Navraag leert dat het huidige jaarbudget voor onderhoud en beheer van de kunstwerken 313.240 euro is. Dat zijn veel sopjes tegen duivenpoep of aardappelschilmesjes van Blokker tegen het mos, zal Zeurmans mompelen. Twee voetnoten.

Eén: mauwende Bosschenaar is een pleonasme c.q. dubbelopwoord uit de categorie onderbuikige Bossche Volkspartij [BVP], kletsnat bier en morsdode Jheronimus.

Twee: het onveranderlijke roept altijd om bescherming tegen verandering, omdat het zich niet wil of kan aanpassen. Nogal wat Bosschenaren vallen in de eerste categorie. Alle onbeweeglijke kunstobjecten in de tweede. 

Van de stalen kop van Aïda in de vijver van het Provinciehuis tot aan Zoete Lieve Gerritje in de Korenbrugstraat: ze verdienen zorg omdat ze bloot staan aan water, weer en wind, algen en schimmels. Ook vandalisme, diefstal of pech – botsing, omvallende boom – maken beheer en onderhoud noodzakelijk. Als er staal of beton in het spel is, is er zelfs een sluipende vijand: uitzetting. Om die reden ontbreken kunstwerken in een straal van 150 meter rond het IND aan de Magistratenlaan. 

Sommigen vrezen schadelijke gevolgen van de lokaal meest voorkomende neerslag: de zure regen van de behoudzucht. Maar die striemt eerder het ontwerp voor het nieuwe stadstheater dan de paraplu’s van de zes stalen buspassagiers aan de Hekelsluis. 

Enkele thema’s zijn geliefd, leert de lijst. Op de eerste plaats kunst die naar wijwater verwijst – uit de tijd voordat het ik-water ons aan de lippen kwam te staan. Tot die gezegende kunst behoren pastoors en kapelaans die zich dankzij hun sokkels een tikje dichter bij de hemel wanen, maar ook Maria’s die ver van Lourdes verschijnen.

Een tweede groep vormen de weerlozen in de stad: kinderen – bokspringend, fluitspelend, lezend – en dieren. Tot het Bossche bestiarium behoren de twee otters op het Schout van Hanswijkplein; kikkers in de Casinotuin; het Blonde Aquitaine-rund in Bokhoven en de stier bij de Arena, die na de afname van het aantal bloedrode lappen – het Grootziekengasthuis is gesloopt – stukken rustiger oogt.

Stil lijken de vele oorlogsmonumenten. Is dat schijn? Ja, zij zwijgen niet. Druk je oor tegen hun glas, steen, hout of metaal. Zij spreken. Dag en nacht. Ze waarschuwen voor een wereld waarin haat op een sokkel staat.

__________

Publicatie Brabants Dagblad 1 juni 2016. Dit is deel 1 uit een twee- of drieluik over kunst in de openbare ruimte in Den Bosch.