Ansichtkaart [1]

Orthen-Links oogt als een droevige ansichtkaart. Een grofkorrelige zwart-wit foto met de opdruk ‘Groeten uit Aleppo’. Het zou ook Fallujah of Homs kunnen zijn, want alle verwoeste huizen in de wereld lijken op elkaar: hun voordeur staat gastvrij open of is foetsie. Maar niemand wil naar binnen.

Ook Van Batenburgstraat 27 is verlaten, net als tientallen andere slooppanden in de Adelheidstraat en Hertog Godfriedstraat. Leo van den Broek stapt over de drempel, een terugkeer na 25 jaar. Hier stierf zijn vader in 1991. Leo wijst naar het schrootjesplafond in de huiskamer. „Nog precies hetzelfde”, zegt hij. Het hout is lichtbruin van lak, sigarettenrook en koffiedamp.

In 1958 kregen zijn ouders de huissleutel. Leo was twee, zijn zus Anja vijf. Een fijne, maar poppenhuizig kleine woning van zestig vierkante meter. De buren deelden de inpandige zuurstof met vijf kinderen. Keikleine kiet is Bosch voor claustrofobisch huis.

Leo loopt de trap op. Linksvoor: de echtelijke slaapkamer. Aangrenzend die van hem. Op de rand van zijn bed veroverde hij zijn eerste kus van buurmeisje Carolien. Zij hapte nog meer naar lucht dan thuis. Later draaide Leo muziek van Queen en Supertramp op zijn pick-upje. Dreamer, you know you are a dreamer. Aan zijn oude slaapkamermuur hangt nog een affiche van twee dolfijnen. De zee is ver weg.

Leo kijkt rond, voor zover zes vierkante meter slaapkamer het werkwoord rondkijken rechtvaardigt. Met een hoofdknikje: „Da’s mijn oude kast.” Hij herkent hem aan het schuifslotje. De legkast staat open. De leegte ligt keurig opgevouwen op drie planken.

In het halletje flonkert een aansteker van Platinum Casino & Hotel in Bulgarije. Da’s mijlen voorbij de horizon, vanuit Orthen-Links. Uit zijn jeugd herinnert Leo zich maar drie bewoners met buitenlands bloed: de familie Boerjan, oud-profvoetballer Arthur Hoyer en een blingbling-Surinamer die Leo’s moeder consequent ‘de zwarte buurman’ noemde. Andere opvallende bewoners: de roodharige Kees Snoeij, de poetszieke mevrouw Jonkergouw alias Lodalientje en fietsenmaker Van de Donk die het verdomde om Leo’s Puch te repareren zolang hij een hippiehoog stuur had.

Terug op straat. De stoepen zijn al weggebroken, rioleringspijpen slingeren rond. In fasen gaan 238 woningen in Orthen-Links tegen de vlakte. Voor nieuwbouw: 165 huur- en 68 koopwoningen. Leo kijkt naar de ramen van de buren. Er zitten kogelgaten in. De toedracht? Mogelijk antwoord: niet alleen in de Wilgenstraat hebben ze weinig op met tijdrovend conflictmanagement.

Toch was Orthen-Links een fijne buurt, zegt Leo. Het bewijs ligt achter zijn oude huis: een pleintje dat ooit trapveldje was. Toen hielden God, ouders en buren een oogje in het zeil. Nu staat er een hoge mast met camera’s. Bewakingsbedrijf Cyclop ziet alles, behalve wat Leo ziet als hij zijn ogen dichtdoet. De herinneringen aan Orthen-Links zijn van hem.

______________

Publicatie Brabants Dagblad 13 juli 2016. Deel II verschijnt niet zoals eerder aangekondigd op 27 juli, maar – als gevolg met een ingelaste kroniek over de dood van dichter Hans Vlek – op 10 augustus.