Harten

Er rijdt een shovel in de Heilige Hartenkerk. Hij tuft in de richting van het altaar. Opeens zwenkt hij scherp naar links. Gelukkig hoeft mijn vader – oud-parochiaan en wegens polio slecht ter been – niet op te letten. Hij is al dood. Zijn kist stond in 1992 op de plek waar nu gruzelen liggen. Een berg van kapot marmer en verbrokkeld godsgeloof.

De achtste of negende bank rechts van het middenpad. Daar zat het gezin Alink elke zondagochtend, tot we in 1973 naar de kakelverse Hambaken verhuisden en in de San Salvator belandden. Nu zoek ik in de Heilige Harten naar fossiele afdrukken van m’n kinderknieën. Maar zowel de ruwharige knielmatjes als de kerkbanken zijn verdwenen. Dat geldt ook voor het tabernakel, kruis en orgel. De Heilige Harten – halverwege de Graafseweg – is leeg, op wat echo's na.

Een ongewijde troost: architect Miel Wijnen en aannemer De Bonth van Hulten verstaan de kunst van het herbestemmen. Naar goed katholiek gebruik beloven ze een verrijzenis: in deze kloeke kerk komen twaalf appartementen, met twee stadsvilla’s ernaast. Tot de toekomstige bewoners behoren Jack Mikkers en zijn levenspartner Astrid. Mooie plek, die ze gegund is. Sowieso kan het zoldertrapje nog uit het ontwerp worden geschrapt, bezweren bronnen.

Op verkenning in de driebeukige basiliek. Trapje op, sacristie in. De aanblik: geen hosties maar tosti’s, geen kelk maar colafles. Tijdelijk is dit het schaftlokaal. Het ligt naast een kolossale kluisruimte, waarvan de twaalf centimeter dikke stalen deur gastvrij openstaat. Binnen hangen drieënzestig sleutels aan een rekje. Dat zijn veel vergrendelde harten. Of staan ze in Graafsewijk-Noord voorgoed open?

Aan de muur hangt een briefje van opperkoster Jacques. Aan nieuwe hulpkrachten: "Omdat het kerkbestuur wil weten hoeveel elke collecte heeft opgebracht, worden alle zakjes door mij geteld." Ook krijgen ze een letterlabel: B is begravenis, D is doop, H is huwelijk, W is weekend. In het alfabet van de Heilige Harten ontbreekt de S van sluiting. Die zou pas in januari 2015 komen.

Terug naar de zijbeuken. De marmeren preekstoel zwijgt. Ze is tot zo’n dertig blokken verzaagd: Duplo ad Deum. In de acht biechthokjes is het leeg. Op de muurbelletjes drukken blijkt zinloos. Elektriciteit en vergeving ontbreken.

Wel hangen de veertien kruiswegstaties nog aan de wanden. Gekleurd opaline glas in cement, een fraai ontwerp van kunstenaar Willy Schoonenberg. Maar niet te redden, leert navraag. Onder de statie 'Jezus troost de wenende vrouwen' ligt een plasje water. Een mirakel? Het blijkt koelvloeistof van de steenzaagmachine. Laatste blik, afscheid van de Heilige Harten.

Alles komt om te gaan.

__________________

Publicatie Brabants Dagblad: 30 januari 2019. Noot aan de lezer: de reactiefunctie, die tijdelijk buiten gebruik is, zal binnenkort weer functioneren.